Welkom op Tammeblog ! Leuk dat je mij hier bezoekt. Ik blog vooral over media, cultuur en geloof, maar ook prive nieuwtjes en veel andere onderwerpen. Meer info lees hier. Of hier op mijn LinkedIn profiel pagina.
Ik heb besloten voor het nieuwe jaar het maandthema definitief af te schaffen. Mijn blog is ook zonder zo'n thema prima te volgen en blijft per maand meer dan 1000 bezoekers trekken..... Maar het zijn wel pareltjes op mijn blog, en een mooie manier om mij en mijn blog beter te leren kennen. Daarom, voor ze ik per 1 december verwijder hier nog een keer alles op een rijtje:
Ruben is vandaag 13 geworden. Hij heeft een bijzondere dag. En morgen ook, want dan vieren we het (i.v.m. een bruiloft vandaag stellen we het een dag uit) . Maar, van harte man! Vandaag uit met Oma, en morgen FEEST !
Wil je reageren op dit bericht: klik dan op comments hier direct onder:
Pressure CookerJennifer Grausman, Mark Becker, VS, 2008
Samenvatting Een veeleisende, maar betrokken kookdocente op een highschool in Philadelphia haalt het beste in haar leerlingen naar boven, en geeft ze de kans hun dromen waar te maken. De film volgt drie leerlingen die haar lessen gebruiken om hun veelal lastige thuissituatie te overwinnen en in aanmerking te komen voor een studiebeurs.
For a documentary about concentration camps, Pizza in Auschwitz contains a whole lot of jokes. The title already suggests the tone of the film. And the jokes are painful ones, that's true. For Danny Hanoch, jokes have become the only way he can deal with the past. Along these lines, he claims to have a "PhD in Auschwitz" and refers to the annual remembrance day as "the high season." But he has said these things so many times by now that the wink that comes with them has long since disappeared. Pizza in Auschwitz is the story of a man who survived five concentration camps and has finally managed to convince his kids to visit the camp with him. The goal of the trip is to spend a night in Auschwitz in the same barracks where Hanoch once slept. Instead of depicting the many silent witnesses of the horrors that took place at the camp, which is what directors usually do, filmmaker Moshe Zimmerman concentrates on the chaotic trip to get there. The result is a film about the Hanoch family as it deals with all the misery from the past, managing to get by in spite of it. A film full of sadness and self-mockery, and one that's about the here and now instead of history.
En ik miste (maar kijk hem later wel; ) van kollega Geertjan:
The Farmer Who Wanted to Emigrate Geertjan Lassche, Nederland, 2008
Boer Brouwer (62) wil naar Frankrijk emigreren. Hij woont al zijn hele leven op een boerderij in Leusden maar is de Nederlandse regelgeving spuugzat. Gaat het hem lukken, of is zijn droom een luchtkasteel? De film geeft een nostalgisch beeld van het boerenbedrijf als een met uitsterven bedreigd fenomeen.
Het is volgens de IDFA-organisatie één van de smaakmakers van het festival. Dinsdagavond 25 november gaat in cinema Tuschinski in Amsterdam de Netwerk-documentaire “De boer die zou gaan emigreren…” van Geertjan Lassche in première. Een waar gebeurd sprookje over de eigenzinnige boer Heijmen Brouwer uit Leusden. Die besluit op zijn oude dag, samen met de 77-jarige halfblinde knecht Hendrik, zijn voltallige veestapel en een nieuwe liefde, te gaan emigreren naar “het beloofde land” Frankrijk. Omdat hij de regelgeving in Nederland en de voortdurende controles op zijn boerenbedrijf “spuugzat” is. Maar gaat hij ook?
Want al snel volgt een reeks van problemen. De camera legt alles genadeloos vast. Het is een hilarisch, dramatisch en aandoenlijk portret van één van de laatste vrije boeren van Nederland, wars van de overheid en de regelgeving. Vanavond (dinsdagavond) in Netwerk alvast een voorproefje van deze oer-Hollandse documentaire. Met commentaar van een drietal bekende boeren van Nederland (“Boer zoekt vrouw”). Boer Frans: “Ik dacht de eerste tien minuten, dit kan niet waar zijn, dit is nep. Maar het blijkt toch echt.”Boerin Agnes: “Dit is de agrarische sector van Nederland van meer dan honderd jaar geleden. Dat dit nog bestaat, onvoorstelbaar.”
Boer Brouwer is geen gemiddelde boer. Zijn omgang met het vee is nogal bijzonder. Wanneer een buurvrouw van Brouwer klaagt over dode dieren in het weiland komt de Algemene Inspectie Dienst op zijn erf. De klacht: verwaarlozing van vee. Brouwer echter heeft vlak daarvoor de stallen schoongemaakt en de zaak loopt met een sisser af.
Aandoenlijk zijn de scènes van halfblinde knecht Hendrik die al 25 jaar lang kruiwagens vol stront transporteert van de stal naar de mestbult, inmiddels op de tast. Hendrik zat ooit in een psychiatrische inrichting maar mocht van Brouwer op zijn boerderij wonen en werken. Omdat ook Hendrik meegaat naar Frankrijk, gaan ze samen –op klompen- naar het gemeentehuis om een paspoort op te halen.
Hoewel Brouwer al kort na de bekendmaking van zijn emigratieplannen zijn servies inpakt, blijft het tot het eind spannend of hij gaat emigreren of niet. Want de controles van de AID zijn niet de enige obstakels op het pad van deze boeren-Don Quichot.
Na de première is de documentaire nog twee keer te zien op het IDFA-festival. De volledige documentaire komt volgend jaar op televisie. De IDFA-organisatie vindt “De boer die zou gaan emigreren…” één van de smaakmakers van het festival en daarom is die ook geselecteerd voor een alternatief IDFA-festival op Vlieland begin december. Ook is er al buitenlandse interesse getoond voor dit waar gebeurde sprookje.
Wil je reageren op dit bericht: klik dan op comments hier direct onder:
Lees meer...
Marco Derksen van Marktetingfacts heeft een goede update gemaakt van een powerpoint die ik al eerder publiceerde. Hier is ie. De moeite van studie en reflectie waard, voor media mensen en managers.
En dan deze week ook weer: IDFA. Internationaal het grootste documentairefestival. Ik ga volgende week, voor de 8e keer. Maar als je geen tijd hebt kun je het ook op TV bekijken. Niet zo mooi, vergeleken met de grote bioscoop schermen en bijpassend geluid, en zeker ook geen festival sfeer, maar wel zo handig. (geen file naar Amsterdam) Hier een artikeltje uit het Parool:
Idfa ook thuis op de buis
Scène uit Operation Homecoming. Te bewonderen in de bioscoop en op televisie. Foto GPD
Het International Documentary Filmfestival Amsterdam is vandaag weer losgebarsten en wie de nieuwste documentaires wil zien zal dáár moeten zijn. Maar ook de thuiskijker krijgt alle kans om in festivalstemming te raken. Tot en met zaterdag 29 november besteedt de publieke omroep op Nederland 2 uitgebreid aandacht aan de documentaire.
De VPRO doet verslag van het Idfa in de vorm van dagelijkse festivaljournaals, gepresenteerd door Twan Huys vanuit café Schiller op het Rembrandtplein. Daarnaast staan er elke middag of avond één of meer bezienswaardige documentaires op het programma.
Brieven, gedichten en dagboekfragmenten vormen het fundament van Operation homecoming (eveneens vandaag), waarin de oorlog in Irak en Afghanistan een gezicht krijgt door de soldaten zelf over hun ervaringen te laten vertellen. Het begon als een project van schrijvers, die soldaten wilden leren hoe ze hun gevoelens op papier konden zetten. Regisseur Richard Robbins verzamelde die getuigenissen, liet ze voordragen door bekende acteurs en illustreerde het met archiefbeelden. Operation homecoming was vorig jaar de openingsfilm van Idfa.
Een andere niet te missen documentaire is 49 Up, het meest recente deel van de beroemde real life-serievan Michael Apted, die 42 jaar geleden begon met 7 Up. Deze documentairewordt in twee delen uitgezonden, op 26 en 27 november.
Dit jaar wijdt het Idfa een retrospectief aan Joris Ivens, Nederlands beroemdste documentairemaker, naar wie de hoofdprijs van het festival is vernoemd. De VPRO vertoont morgen Over de brug en Een oude vriend van het Chinese volk.
In de eerste film reconstrueert Hans Keller de ontstaansgeschiedenis van Ivens' film over de Rotterdamse hefbrug. In de tweede gaat René Seegers in op de periode waarin Ivens zijn onderwerpen in China vond.
Vrijdag 28 november wordt Stranded uitgezonden, het overlevingsverhaal van het Uruguayaanse rugbyteam dat zich na een vliegtuigcrash in de Andes ruim tien weken op een vierduizend meter hoge gletsjer in leven wist te houden. Deze documentaire van Gonzalo Arijon won vorig jaar de Joris Ivens Award en wordt momenteel vertoond in het Ketelhuis en Kriterion.
Verder organiseert de publieke omroep dit jaar de verkiezing van de beste portretdocumentaire. Eén van de films waarop gestemd kan worden, is de maandag uit te zenden documentaire die Paul Verhoeven in 1968 maakte over NSB-leider Anton Mussert. Daarnaast kunnen kijkers stemmen op een BN'er over wie ze graag een documentaire zouden zien. Deze wordt gemaakt en volgend jaar uitgezonden. (LEO BANKERSEN)
Festival Journaal, Nederland 2, 15.30 uur en 00.20 uur. Operation homecoming, Nederland 2, 22.55 uur.
Zie www.vpro.nl voor het totale documentaireoverzicht.
Gisteravond voor het eerst weer geoeffend; de Mattheus Passion. Het is mijn derde keer dat ik mee doe, samen met mijn vrouw en vrienden. Het blijft een prachtige ervaring en ontspanning. Een meesterwerk met zeer veel lagen. Hier het openinskoor, dat we vanavond voor het eerst weer zongen. Het zat er voor 70% nog in bij mij. Maar het kan altijd beter.... Meer over de mattheus hier: http://bach-matthaus-passion.startpagina.nl/
Voor mij een netwerkdag vol oude en nieuwe gezichten, en oude en nieuwe gezichtspunten. Over TV maken, formats, crossmedia, innovatie en nog veel meer. Handen schudden met Henk Hagoort (ex EO, nu NPO), Netmanagers en andere mediawerkers, van allerlei omroepen.
Gelukkig ook veel van de EO. Super leuk en er waren veel collega's heel hartelijk belangstellend naar mij en mijn gezondheid. Sommigen had ik sinds mijn ziekteperiode niet meer gezien en gesproken, en dat deed me goed ! Daarna ging ik naar de EO ook nog een Omega, Otto en GTV archief weggeruimd. Dat was ook een stuk persoonlijke media geschiedenis.
Inmiddels is er in die 14 jaar veel veranderd, en die lessen, vooral van Gerd Leonhard over de toekomst spreken me aan. Sterker nog, visie inspireert, en als die dan nog eens bevestigen wat ik zelf ook zie en belangrijk vind: Mijn "Future of Media" powerpoint, die inmiddeld bijna 7000 keer werd bekeken is van gelijke soort en inhoud als die van Gerd hieronder: Van zijn site: http://www.mediafuturist.com/
It's always a great pleasure to be in Holland where people are usually very open to Change and... where 88.4% of the population is online ;) I was invited by the Dutch Broadcasting Organization (OMROEP) to speak about The End of Control, the People formerly known as Consumers and the Future of Broadcasting (Rad
io and TV), at their annual gathering and conference, NPOX.
Here is the Dutch description of the session: "Gerd Leonhard(Swi) is Media Futurist. Volgens hem zijn we slechts 1 a 2 jaar verwijderd van een generatie die ´af en toe online´ is, naar een generatie die ´nooit meer off-line´ is. In zijn verhaal ‘the end of control and the people formerly known as Consumers’, laat hij zien wat de gevolgen zijn van deze verschuiving op het gebied van ec
onomie, cultuur en media en wat de trends en uitdagingen zijn voor de toekomst" Google translates this in true web-way here.
Keynotes Verhalen Vertellen: Jos de Putter, Ireen van Ditshuyzen en Arnold Karskens
Wat moet je als verhalenverteller met al die nieuwe mediatechnologieën en het veranderende kijk-, en luistergedrag van je publiek? De rasvertellers Jos de Putter, Ireen van Ditshuyzen en Arnold Karskens geven hun visie in een drietal prikkelende columns. Verhalen vertellers aan het woord. Het was een chararijnige bijeenkomst waar veel werd geklaagd over de managers bij de publieke omroep en het verzuilde bestel. Jammer, want deze drie mensen maken mooie verhalen. Daarover vertellen is een ander vak, dacht ik. Ga vooral door met programma's maken. Ireen, Jos en Arnold ! Doe ik ook. Dat is de toekomst, ook voor mij.
Wil je reageren op dit bericht: klik dan op comments hier direct onder:
Lees meer...
Goede films, wat zijn dat? Hier een artikel van Bart Cusveller van CV Film dat heel aardig aangeeft wat je eronder kan verstaan. Een keuze van de kijker, a la onderstaand plaatje?
Benaderingen voor christelijke filmkritiek
Goed geinformeerd en genuanceerd films bespreken lijkt in bijbelgetrouw Nederland nog veelal 'not done'. Maar het wordt wel tijd. Er is een hele nieuwe generatie van christenen die grondig beinvloed wordt door wat filmmakers hen voor waar, mooi en goed voorhouden. Groot gelijk hadden ze, Barend en Lammert Kamphuis (respectievelijk hoogleraar systematische theologie aan de TUK (Broederweg) en student theologie en filosofie). In een opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad (16 december 2006) voerden ze een pleidooi voor christelijke filmkritiek. Op het vlak van moderne literatuur vindt er goede doordenking plaats, zowel in christelijke media als door theologen. Maar die verwerking ontbreekt nagenoeg bij film, terwijl de invloed van dit medium ook onder orthodoxe christenen inmiddels groot is. Meer en toegankelijke christelijke filmkritiek is daarom dringend gewenst, vonden zij. En terecht. Goed geinformeerd en genuanceerd films bespreken lijkt in bijbelgetrouw Nederland nog veelal 'not done', met uitzondering bij l'Abri en CV-Koers. Maar het wordt wel tijd. Daarom gaat nu CV-Film van start. Er worden door ons christenen zoveel films gekeken (zie het onderzoek in het Reformatorisch Dagblad van 4 december 2006) dat wij daar zo langzamerhand maar gewoon voor moeten uit komen. En wat belangrijker is: er zit in de filmwereld zoveel kaf tussen het koren dat wij ons expliciet moeten afvragen wat wij allemaal kijken. Er is een hele nieuwe generatie van christenen die grondig beinvloed wordt door wat filmmakers hen voor waar, mooi en goed voorhouden. Daarvoor is het nodig mee te kijken, te denken en te praten om onze houding als christen ook ten opzichte van dat aspect van de moderne cultuur te bepalen. Vanuit die motivatie schreven Maarten Verkerk (TU Eindhoven), Marc de Vries (TU Delft) en ik het boek De Matrix Code. Sciencefictionfilms als spiegel van de technologische cultuur - een uitgave van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte i.s.m. CV-Film - waarin we laten zien hoe onder oppervlakte van sciencefictionfilms levensbeschouwelijke thema's woelen die er voor ons toe doen. Romanowski: vier benaderingen William Romanowksi, docent op Calvin College in Grand Rapids, Verenigde Staten, schrijft in zijn boekje Eyes Wide Open over vier verschillende antwoorden op de vraag: Wat is een christelijke houding ten opzichte van films? (zie ook het interview met Romanowski elders op deze site)
Principiele afwijzing De eerste reactie is principiele afwijzing. Misschien waren daar ooit serieuze redenen voor. Zowel het maken van films als het kijken van films draait in feite om bedrog, een weergave van mensen en schepping zoals die (op dat moment) niet zijn. Maar we kunnen hierover kort zijn. De tijd dat we het verschijnsel film als geheel konden afwijzen ligt ver achter ons. De vraag of films uberhaupt christelijk kunnen zijn is tegenwoordig even zinvol als de vraag of computers, de wetenschap, of de hoofdsteden van Europa uberhaupt christelijk kunnen zijn. Computers, wetenschap en hoofdsteden zijn alomtegenwoordig; het heeft weinig zin er voor of tegen te zijn.
Toe-eigening Een tweede reactie van christenen is om zich de praktijken van het films maken en kijken toe te eigenen en te gebruiken voor christelijke doeleinden. Op precies dezelfde manier als Hollywood films maakt over geweld en bedrog, maken christelijke filmmaatschappijen films over bijbelse figuren en verhalen. Zo wordt bijvoorbeeld een christelijke levensstijl en het christelijke Evangelie verkondigt. Maar dat tegelijk de gangbare praktijken en mores van de hedendaagse filmwereld worden gebruikt, kan tot gevolg hebben dat zulke films juist aanspreken voor zover ze aanspreken als de doorsnee bioscoopfilm, doorspekt met melodrama, actie en romantiek. Christelijke kritiek van films komt in deze benadering vooral neer op een beoordeling van de morele en spirituele aspecten van een film: wordt Jezus er in verkondigd, dan is het een goede film. Komt er seks en magie, geweld of grove taal in voor, dan vinden we het een slechte film. Intussen is het gevolg van deze benadering, dat een film waarin niet gevloekt en gevochten wordt dus ook als een interessante, verantwoorde of zelfs christelijke film gezien wordt. En omgekeerd, als het onchristelijk toegaat in een film of Jezus er niet in verkondigd wordt, dan is het dus een slechte film? Het is nog maar de vraag of dat terecht is.
Kritiekloos consumeren Velen gaan dan ook verder dan de familievriendelijke film. Een derde manier van omgaan met films die ook in christelijke kring voorkomt is in feite kritiekloos consumeren. Romanowski wijst er op dat christelijke filmkijkers misschien wel morele grenzen in acht nemen en bepaalde mate van seks of iets dergelijks buiten de deur houden. Maar het is opmerkelijk hoe grote hoeveelheden bloot, geweld, occultisme en godslastering toch tussen de oren terechtkomt onder het mom van 'het is maar film', of 'het doet niks met mijn geloof'. Ik kijk er soms van op hoe kinderen ook onder trouwe kerkgangers al jong zonder begeleiding of commentaar magie, grote-mensen-drama's en grove taal meekrijgen. In vergelijking met principiele afwijzing is dit het andere uiterste. Een vierde respons ligt ergens tussen alles of niets in en tracht kritisch onderscheid te maken binnen de uitingen van de filmcultuur. Deze houding verschilt in twee opzichten van bovengenoemde. In de eerste plaats is deze respons niet dualistisch: de wereld van het geloof en de wereld van de film kunnen niet zo netjes uit elkaar gehouden worden als de eerste reacties willen doen geloven. We worden in onze cultuur altijd al beinvloed door het alomtegenwoordige verschijnsel film. De taal en de beelden ervan maken allang deel uit van het collectieve geheugen van onze cultuur. En omgekeerd: geloof maakt ook altijd al deel uit van de filmwereld, of die nu expliciet verwoord en verbeeld wordt of niet. Daarom heeft het niet veel zin te doen alsof die werelden netjes gescheiden zijn en elk voor onze eigen doeleinden werken. De vraag is veeleer: in welke opzichten haken geloof en film op elkaar in en is er sprake van kaf tussen het koren? In de tweede plaats beperkt deze houding ten opzichte van films zich niet tot het verkondigende en moraliserende karakter van films. In deze benadering kan een film waarin positief gesproken wordt over Jezus en positief gesproken wordt over een christelijke levensstijl bij wijze van spreken toch een slechte film zijn. Romanowski wijst er op dat je een film ook als film moet bekijken. Maakt hij goed gebruik van de middelen die een filmmaker ter beschikking staan: acteurs, decors, licht, geluid, dialoog, verhaallijn, muziek, en zo verder. Of maakt de film die niet over Jezus spreekt maar allerlei ellende toont toch niet een diepe waarheid over het menselijk bestaan duidelijk? Kan het dan toch niet een interessante, verantwoorde of misschien zelfs christelijke film zijn?
Overwegingen bij het beoordelen Jeffry Overstreet (filmrecensent van onder andere Christianity Today) zegt in zijn bespreking van Brokeback Mountain, een film over een homoseksuele relatie, dat er verschil is tussen een christelijke reactie op een film en een christelijke recensie van een film. Hij wil maar zeggen: een christen kan homoseksuele relaties afwijzen, maar een film over homoseksuele relaties een goede recensie geven. Ook vanuit christelijk oogpunt kan er misschien wel iets heel moois, waars en goeds getoond worden over de 'condition humaine'. Overstreet noemt als hoofdvragen bij zijn eigen filmbesprekingen dat een film in meer opzichten aanbevelenswaardig kan zijn, zelfs als er dingen in gebeuren die we moreel gezien afwijzen:
- Is de film eerbaar? - Is de film kunstzinnig gemaakt? - Slaagt de film in haar opzet? - Is de film onze tijd, geld en moeite waard? - Heb ik plezier aan de film beleefd?
Romanowksi geeft ook een overzicht van invalshoeken voor het bespreken van films. Hij noemt de volgende vragen die je je kunt stellen: - Cultureel product: wat betekent de film voor het filmpubliek? - Drager van cultuur: wat wordt belangrijk gevonden in de film? - Kunstuiting: hoe is de film gemaakt? - Narratief middel: hoe wordt het verhaal verteld? - Verwijzing naar de wereld achter het kunstwerk: wat is het levensgevoel, het perspectief op godsdienst, God, schepping, mens, kwaad, verlossing, macht, seksualiteit, geweld? - Kaart van de werkelijkheid: hoe wordt ons bestaan weergegeven en geduid?
Romanowski geeft zelf aan dat dit maar een greep is uit invalshoeken die hij heeft samengesteld uit bronnen die hem op dit punt zinnig voorkwamen. Hij brengt ze onder in een driedeling (onderwerp, inhoud, en evaluatie) waarvan de gemene deler neerkomt op de functie van films: hoe een film iets wezenlijks in ons bestaan zichtbaar maakt.
Zoeken naar verlossing Wat je verder ook van de film mag denken, films kunnen 'redeeming qualities' hebben die buiten beeld blijven wanneer we alleen naar het morele en getuigende kijken. Dat maakt overigens ook dat iemand een film een ambivalente beoordeling kan geven, of dat verschillende christelijke kijkers tot verschillende evaluaties komen. We zijn, zoals de Amerikaanse christen-filosoof Nicholas Wolterstorff ergens zegt, geschapen als onontkoombaar hermeneutische, zoekende wezens - God kan niet alleen achter de antwoorden staan, Hij kan ook achter de vragen staan. Hij wil dat we proberen zijn wil voor ons leven uit te leggen, in elke cultuur opnieuw. Genuanceerd en geinformeerd naar films kijken kon daarvoor in onze tijd wel eens aanleiding en hulpmiddel zijn.
Dr. Bart Cusveller is filosoof. Hij is als docent verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede en als wetenschappelijk medewerker aan het Prof.dr. G.A. Lindeboom Instituut.Hij is medeauteur van 'De Matrix Code. Sciencefictionfilms als spiegel van de technologische cultuur'.
Verwijzingen - Bart Cusveller, Maarten Verkerk, Marc de Vries, De Matrix Code. Sciencefictionfilms als spiegel van de technologische cultuur, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2007. - William Romanowksi, Eyes Wide Open. Looking for God in popular culture, Grand Rapids: Brazos Press, 2001 - Jeffrey Overstreet, www.lookingcloser.com, www.christianitytoday.com/movies
Schitterende powerpoint over de volgende generatie mediagebruikers en ontwikkelingen.
We need to start looking at collaboration as something richer than getting participants to contribute their preset format content in a serial, one dimensional, string, within a rigid structure of publishing.
Will evangelicals learn to work with an Obama administration?
Sarah Pulliam | posted 11/05/2008 03:18PM
Barack Obama received a mandate for change November 4, and now evangelicals must decide how they will work with the new administration.
Despite heavy religious outreach by Obama, exit poll results suggested white evangelicals voted for John McCain 74 to 25 percent, roughly similar to 2004 results. The gap among weekly churchgoers, however, closed a bit: McCain beat Obama by a 54-44 percent margin, compared to George W. Bush's 61-39 percent win with the group in 2004.
On election night, social conservatives claimed victories on amendments in California, Arizona, and Florida that would ban same-sex marriage. However, anti-abortion measures in Colorado and South Dakota failed to pass, and at least four social conservatives in Congress were ousted: Elizabeth Dole (N.C.), Steve Chabot (Oh.), Marilyn Musgrave (Colo.), and Bill Sali (Id.).
Obama chose to take a different path from Kerry when he built a religious outreach team and attended forums at Saddleback Church and Messiah College. Just before his acceptance speech, Obama prayed with Joel Hunter, an evangelical pastor in Florida.
"Typically in America, we give our leaders a honeymoon," said John Green, senior fellow at the Pew Forum on Religion & Public Life. "It will be interesting to see if conservative evangelicals give Obama breathing room, and give him a chance to perform before they start criticizing him."
Michael Cromartie, vice president at the Ethics and Public Policy Center, says it will also be interesting to see if Obama continues his outreach to evangelicals.
"In one sense, everyone can have good feelings about an African-American being elected president," he said. "But is president-elect Obama an ultra-liberal dressed up in moderate, soothing garb?"
In 2007, Obama promised Planned Parenthood that he would sign an act removing all restrictions on abortion at the state and federal level. He has also said he would appoint justices that would uphold Roe v. Wade.
Obama appealed to evangelicals by emphasizing his desire to reduce unintended pregnancies by providing more resources for women to carry pregnancies to term. Today the number of abortions—1.2 million in 2005—is nearly the same as in 1976, according to the Guttmacher Institute.
"Barack Obama will be held accountable on a serious commitment to abortion reduction," said Jim Wallis, founder of Sojourners. "He called for that, his campaign platform said that, and he should be held accountable to that. He needs prayer and accountability, support and pushing, both at the same time."
In July, Obama pledged to increase funding for faith-based initiatives but said recipients could not discriminate based on religion.
If that gets codified into policy, "there won't be too many takers among evangelicals," said Richard Land, president of the Southern Baptist Convention's Ethics & Religious Liberty Commission. "You've taken away the thing that makes faith-based initiatives successful and attractive in the first place."
Richard Cizik, vice president of the National Association of Evangelicals, said evangelicals have serious disagreements on certain issues with Obama, but thinks the president-elect understands evangelicals better than any Democrat since Jimmy Carter.
"I have a strong confidence that evangelicals will find a willing ear here by this new president," Cizik said. "We need to respond."
Citaat van Bosch uit zijn boek Transforming Mission, dat ik als standaardwerk missiologie graag bestudeer, op een zondag. Heel prachtig. (in 't engels) . Over Zending van God; Missio Dei. Hij gebruikt dit begrip veel en legt uit waarom het in deze postmoderne wereld zo gezien moet worden:
"During the past half a century or so there has been a subtle but nevertheless decisive shift toward understanding mission as God’s mission. During preceding centuries mission was understood in a variety of ways. Sometimes it was interpreted primarily in soteriological terms: as saving individuals from eternal damnation. Or it was understood in cultural terms: as introducing people from East and the South to the blessings and privileges of the Christian West. Often it was perceived in ecclesiastical categories: as the expansion of the church (or of a specific denomination). Sometimes it was defined salvation-historically: as the process by which the world—evolutionary or by means of a cataclysmic event—would be transformed into the kingdom of God. In all these instances, and in various, frequently conflicting ways, the intrinsic interrelationship between christology, soteriology, and the doctrine of the Trinity, so important for the early church, was gradually displaced by one of several versions of the doctrine of grace …
Mission was understood as being derived from the very nature of God. It was thus put in the context of the doctrine of the Trinity, not of ecclesiology or soteriology. The classical doctrine on the missio Dei as God the Father sending the Son, and God the Father and the Son sending the Spirit was expanded to include yet another “movement”: The Father, Son and the Holy Spirit sending the church into the world. As far as missionary thinking was concerned, this linking with the doctrine of the Trinity constituted an important innovation …
Our mission has not life of its own: only in the hands of the sending God can it truly be called mission. Not least since the missionary initiative comes from God alone … Mission is thereby seen as a movement from God to the world; the church is viewed as an instrument for that mission. There is church because there is mission, not vice versa. To participate in mission is to participate in the movement of God’s love toward people, since God is a fountain of sending love. "
Prachtig, en oproepend tot zelfreflectie en aktie tegelijk. Nog twee korte quotes uit het boek:
"Our mission has not life of its own: only in the hands of the sending God can it truly be called mission. Not least since the missionary initiative comes from God alone".
"Protestants, in particular, are challenged...with respect to their overly pragmatic mission structures, their tendency to portray mission almost exclusively in verbalist categories, and the absence of missionary spirituality in their churches, which often drastically impoverishes all their commendable efforts in the area of social justice".
Ter gelegenheid van mijn 45e verjaardag en 2e pinksterdag een bericht dat mij en pinksteren wel erg met elkaar verbindt: zending. Een boek dat ik daarover nu al een paar weken lees is dat van David Bosch's :"Transforming Mission". Heel indrukwekkend, compact en tot denken stemmend. Vooral op het einde van het boek, over een postmodern missionair perspectief heeft hij veel moois te zeggen. En de onderstaande 6 dimensies van missie spreekt me ook erg aan ! Zie onder.
Ga ik vast een keer ergens voor gebruiken/verwerken. Hieronder wat meer over de auteur en het boek: Met groeten van de jarige die blij is met Pinksteren !
Bosch emphasizes that mission is ultimately multidimensional. The contours of these many dimensions are shaped by six major “salvific events” chronicled in the New Testament:
1. Christ’s incarnation, by which he fully experienced the challenges and struggles of being human;
2. His crucifixion, which signifies the completeness of his service and self-sacrifice;
3. The resurrection, which conveys a message of victory and hope for humanity;
4. the ascension, which calls Christians to work for a new order here on the earth which issues from above;
5. Pentecost, which inaugurated the era of the church as a distinct community where social renewal is made manifest;
6. Parousia, which sets the sights of the church on the imminent and full realization of God’s reign.
Transforming Mission
Bosch wrote more than 150 journal articles and six books, including his magnum opus "Transforming Mission: Paradigm Shifts in Theology of Mission" (1991), which was jointly published by the American Society of Missiology and the Catholic Foreign Mission Society of America's Orbis Books.
The book was praised as groundbreaking by Hans Küng who called it the first book on mission to implement paradigm theory. Lesslie Newbigin nominated it a new standard calling it "a kind of Summa Missiologica" in reference to Thomas Aquinas' foundational thirteenth century work "Summa Theologiae". It was selected as one of the "Fifteen Outstanding Books of 1991" by the International Bulletin of Missionary Research.
The book surveys paradigms of mission both in the New Testament (reflecting Bosch's emphasis on biblical foundations for mission) and through Church history (highlighting that mission has always been shaped for good or ill by its context). He then explores in detail what he sees as an emerging post-modern or post-colonial missionary practice, including one that is ecumenical, evangelical, and a quest for justice and liberation.
Quotes
Mission is, quite simply, the participation of Christians in the liberating mission of Jesus, wagering on a future that verifiable experience seems to belie. It is good news of God's love, incarnated in the witness of a community, for the sake of the world.2
Our mission has not life of its own: only in the hands of the sending God can it truly be called mission. Not least since the missionary initiative comes from God alone.3
Protestants, in particular, are challenged...with respect to their overly pragmatic mission structures, their tendency to portray mission almost exclusively in verbalist categories, and the absence of missionary spirituality in their churches, which often drastically impoverishes all their commendable efforts in the area of social justice (212).
Transforming Mission is a scholarly, in-depth study of major missionary paradigms from the first century until the present. Today “Kingdom people seek first the Kingdom of God and its justice; the church people often put church work above concerns of justice, mercy and truth. Church people think about how to get people into church; Kingdom people think about how to get the church into the world; Kingdom people worry that the world might change the church; Kingdom people work to see the church change the world.”
The depth and comprehensiveness of Bosch’s work make it an important resource. “There has been an almost imperceptible shift from an emphasis on a church-centered mission to a mission-centered church. The church [can] neither be the starting point nor the goal of mission. God’s salvific work precedes both church and mission. We should not subordinate mission to the church nor the church to mission; both should be taken up into mission Dei. The church changes from being the sender to the one sent.” Bosch states, “mission is thereby seen as a movement from God to the world; the church is viewed as an instrument for that mission.” “There is church because there is mission, not vice versa. To participate in mission is to participate in the movement of God’s love toward people, since God is a fountain of sending love.”
“There is no room for a gospel that is indifferent to the needs of the total man not of the global man. The church and mission in the West should overcome its inbred “tiers-mondisme”, which immediately thinks of what it can do for the ‘less fortunate’. It should discover that liberation, dialogue, development, poverty, absence of faith and the like are not only problems for Third-World churches, but also challenges to itself.”
Vanaf aanstaande zondag, 9 november, zendt NOS Journaal24 alle jaaroverzichten van het NOS Journaal uit. Zondag 9 november wordt gestart met het jaaroverzicht van 1956, op woensdag 31 december wordt afgesloten met het jaar 2008. De jaaroverzichten zijn te zien direct na het 8 uur-journaal en worden de volgende dag na het 13 uur-journaal herhaald.
De jaaroverzichten schetsen een uniek beeld van het nieuws in Nederland en het buitenland, gezien door de ogen van de NOS en haar voorganger de NTS. De overzichten wijken duidelijk af van de meer amusante en verstrooiende jaaroverzichten van het Polygoon Journaal. De 52 jaaroverzichten zijn een boeiende en nostalgische reis door de historie: soms schokkend, soms grappig, soms herkenbaar, en heel vaak van historisch belang. Van de brave jaren ‘vijftig’ tot de ‘activistische’ jaren ‘zeventig’ wat ook terug te zien is in de inhoud en vorm van de jaaroverzichten. De jaaroverzichten van de NTS/NOS weerspiegelen duidelijk de tijdgeest waarin ze gemaakt werden.
De NOS zendt de jaaroverzichten zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat uit. Maar in sommige jaaroverzichten zijn bepaalde beelden opnieuw ingemonteerd en enkele jaaroverzichten zijn deels opnieuw ingesproken omdat er filmrollen of geluidsbanden ontbraken. Hiervoor is gebruik gemaakt van de originele teksten van de jaaroverzichten die op microfilm stonden.
De duur van de jaaroverzichten verschilt: de jaren ’50-’60 duren gemiddeld 30-40 minuten, tot halverwege de jaren ’70 ongeveer één uur en na deze periode bijna 1,5 uur. (Bron: persbericht)
Het complete uitzendschema:
Jaaroverzichten op NOS Journaal24:
Week 45: 9 november -1956 Week 46: 10 t/m 16 november - 1957 – 1963 Week 47: 17 t/m 23 november - 1964 – 1970 Week 48: 24 t/m 30 november 1971 – 1977 Week 49: 1 t/m 7 december - 1978 – 1984 Week 50: 8 t/m 14 december - 1985 – 1991 Week 51: 15 t/m 21 december - 1992 – 1998 Week 52: 22 t/m 28 december - 1999 – 2005 Week 1: 29 t/m 31 december - 2006 – 2008
Al weer een weekje geleden verscheen dit mooie artikel, in het ND. Te mooi en interessant, dus hierbij voor de tammebloglezer ! Meer over hem: http://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Jan_Otten
Geplaatst: 17 oktober 2008 19:00, laatste wijziging: 17 oktober 2008 19:24
door Wilfred van de Poll Willem Jan Otten: ,,Ik heb naar het geloof verlangd, maar het moment waarop het begon, was niet mijn eigen keuze.'' foto annaleen louwens
Eigenlijk kan hij het niet begrijpen. Hoe dat nu zit met geloven. Negen jaar na zijn bekering tot het christendom verbaast Willem Jan Otten zich er nog steeds over. ,,Het is ontzettend raar om te bedenken dat je zoekt omdat je wordt gezocht.'' Een gesprek met een denker die je door zijn ongeveinsde openheid en persoonlijke toon meteen voor zich weet in te nemen. ,,Het geloof is iets kostbaars dat ik niet wil verliezen. Ik wil het beschermen.''
Op de vloer van zijn tuinhuisje in Naarden staat een bord met sneetjes suikerbrood. Een feestelijk ontbijt, want Willem Jan Otten (1951) blijkt vandaag jarig te zijn. Het zijn chaotische tijden, vertelt hij, zijn vader is deze week overleden. In de hectiek was hij het interview vergeten.
Het hindert niet: Otten neemt er rustig de tijd voor. Met zorg kiest hij tijdens het gesprek zijn woorden uit. Hij formuleert zijn gedachten voorzichtig. Op het tafeltje naast hem liggen boeken van Alan Jacobs, Willem Barnard, Tjeu van der Berk en Joseph Brod-sky.
Otten debuteerde op 22-jarige leeftijd als dichter. Hoewel hij later ook toneelstukken, essays en vier romans schreef - ,,op dit moment ben ik druk bezig met de vijfde'' - bleef hij met regelmaat dichtbundels publiceren. Begin november verschijnt bij uitgeverij Van Oorschot zijn nieuwste bundel, getiteld Welkom . Het vormt de ,,neerslag en afsluiting van de afgelopen jaren'', aldus Otten.
De gedichten in de bundel zijn overwegend ernstig en bezonnen van toon. Ottens geloof komt er duidelijk in naar voren. Bijvoorbeeld in het gedicht 'Hoeveel weet ik van u', dat hij schreef toen hij zijn eredoctoraat in de Godgeleerdheid ontving van de Universiteit Utrecht in 2007:
Hoeveel weet ik van u
Zoveel als het zoontje
dat ligt in het gedicht en wijst naar de wolken
weet van de dichter
die naast hem ligt
Zoveel als de peuter
die voor het eerst voor een spiegel staat
weet van de peuter
die daar voor hem staat
Zoveel als de veroordeelde
die in zijn celmuur klopsignalen hoort
weet van zijn buurman...
Hier en daar zit er ook een luchtiger gedicht tussen. Neem het gedicht 'Bemerkende dat ik door een hernia mijn rechterhand niet kon gebruiken', waarin de dichter een redevoering tot zijn linkerhand houdt en foetert: ,,Nooit heb jij terdege neus gepeuterd...''
Veel beelden in de gedichten zijn ontleend aan de wereld van de sport. Namen als Federer, Bahamontes, Lev Yashin komen voorbij. Sport fascineert Otten. ,,Ik heb inmiddels genoeg gedichten over sport geschreven om er een bundel mee te kunnen vullen'', zegt hij. ,,Of ik zelf ook aan sport doe? Nee, maar ik kijk er wel graag naar.'' Gekscherend: ,,En kennelijk verveel ik me vaak genoeg om dat dagenlang te doen.''
het gevoel dat iemand wenkt, hem welkomt heet
In Ottens poëzie gaat het vaak om het overschrijden van een grens. Een sprong, een val, dwars door het ijs, het wateroppervlak of een vlies, en dan het ontwaken aan de 'andere kant'. Ook in 'Eindeligt', een verhalende reeks van veertien gedichten aan het eind van de bundel, wordt een grens overschreden, legt Otten uit.
In het eerste gedicht arriveert de hoofdpersoon op een eiland. Staande op de reling van het schip heeft hij het gevoel dat hij door iemand op het eiland wordt gewenkt, dat hij welkom wordt geheten. Otten: ,,Iedereen kent dat wel, dat gevoel. Dat het lijkt alsof iemand zijn arm omhoog steekt en naar je wuift. Terwijl dat misschien niet eens zo is.'' In ieder geval, de hoofdpersoon gaat op zoek naar degene die hem gewenkt heeft.
Helder mij nu op, verklaar u nader,
wat is de zin van eens gewenkt te zijn
als men de vent die heeft gewenkt niet kent
Aan het eind van de reeks gaat hij weer naar de kade waar hij ooit was aangekomen. Hier komt juist een nieuw schip aan.
Je moest de nieuwelingen aan de reling zien,
daar op de boot, eer je eindelijk begreep
hoe ongeneeslijk welkom jij hebt willen zijn,
toen jij daar wuifde, welkom als de zoon.
De jij-figuur ontdekt dat hij welkom heeft willen zijn. Daar is de titel van de bundel aan ontleend. Hij kijkt rond om te zien wie naar de boot gaat wuiven - dat zal degene zijn die ook naar hem heeft gewuifd, ooit. Dat zal 'Eindeligt' zijn. En terwijl hij ingespannen over de kade rondkijkt, ziet hij niet dat er iemand op de boot naar hem staat te wuiven.
Waar gaat dit gedicht over?
,,Toen ik eraan begon, was ik verrukt van het beeld. Het eiland staat symbool voor een soort zone, een volgende werkelijkheid. Een gebied dat je ontdekt door af te dalen in jezelf, en waar een andere logica heerst, een ander tijdsbesef. Waar je je drijvende houdt met gedichten, met taal. Het schip komt eens per jaar, met Pasen, aan. Was je dat al opgevallen? Dat de jij-figuur aankomt op stille zaterdag? Voor mij heeft het gedicht alles te maken met mijn zoektocht naar God.''
Op welke manier dan?
,,Neem alleen al het begin. Iemand komt aan op het eiland. Waarom? Dan staat hij aan de reling en meent iemand naar hem te zien wuiven. Hij wuift zelf ook. Wuift hij nu omdat die ander wuift, of andersom? Wie is met het wuiven begonnen? Dat blijft onduidelijk in het gedicht. Diezelfde ambiguïteit ervaar ik in mijn geloof. Ik heb naar het geloof verlangd, maar het moment waarop het begon, was niet mijn eigen keuze. Ik zocht, maar toen ik eenmaal vond, bleek het heel anders te zijn dat wat ik zocht.''
Geloven is als aanspoelen op een eiland?
,,Ja, zo ervaar ik het. Je komt in een andere zone terecht. En in die zone gelden andere regels. Maar ik weiger te denken dat ik daar minder bij mijn verstand ben. Waarom? Omdat ik bang ben dat het verstand anders gebruikt wordt om het mysterie te kraken. Dat is niet de bedoeling. Het is hovaardig om alles te willen ontrafelen. Je voelt aan je water aan dat zulke momenten niet om opheldering vragen, maar om respons, om actie, om er iets mee te gaan dóen.'' (Denkt na.) ,,Het verstand moet op zo'n moment kunnen zeggen: hier houdt mijn vermogen op. Dat moet het niet te snel zeggen. Maar de rede is op haar redelijkst als zij haar grenzen erkent. Een bewezen God is God niet.''
Het gaat er in die zone dus raadselachtig aan toe. Neem nu dat gedicht over die naald uit de cyclus - waar gaat dat over?
Op het eiland is een bos
het houdt de winden tegen
het heet het Mozerhout.
Middenin een wel,
van diepte onvoorsteld.
Met je vingertop
heb jij mikadosecuur
op deze diepe wel
mij, naald gelegd.
Otten: ,,Het is inderdaad een afwijkend gedicht, omdat het geschreven is vanuit het perspectief van die naald. Toch vind ik het beeld ook weer niet zo vreemd. Voelen we ons niet allemaal nietig en angstig tegenover de diepte? Misschien is dat wel wat we ten diepste zijn, een naald neergelegd op de afgrond...''
De ervaring van God vraagt om ontferming
In 1999 heeft u het doopsel ontvangen in de Rooms-Katholieke Kerk. Kort daarop schreef u een essay om uw bekering te verantwoorden, getiteld: 'Het wonder van de losse olifanten. Een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie'. Als u nu weer een rede zou schrijven, zou die er dan heel anders uit zien?
,,Kijk, dat geschrift was heel snel na mijn toetreding tot de kerk geschreven, midden in de verwarring. Dat merk je als je het leest. Als je net bekeerd bent, ervaar je sterk een breuk. Alsof je door een grote sluis bent heengegaan, en in het laagland van Friesland beland bent... Maar nu zie ik steeds minder verschil tussen 'voor' en 'na'. Er was geen grote breuk. De richting blijft dezelfde.'' (Denkt lang na.) ,,Ik zou het nu niet meer doen, zo'n rede schrijven.''
Waarom niet?
,,Vanwege de verleiding om theologisch te gaan praten. Dat wil ik niet.''
U heeft het niet zo op theologen?
,,De hele opgave voor mij als schrijver is er in gelegen te erkennen dat ik met mijn mond vol tanden sta. Voor een rationeel ingesteld iemand als ik is dat een hele strijd. Eigenlijk vraagt de ervaring van de God die zich heeft uitgeleverd aan mensen om ontferming. Die ontferming, daar blijk van geven, dat is geloof. Ik ben dichter, dus als ik daarvan blijk geef, dan doe ik dat op dichterlijke wijze. Ik ben ook maar een koekoek die koekoek roept. Maar dat wil ik dan ook doen... Hoe moet ik het zeggen...''
Bent u de afgelopen jaren veranderd in uw geloof?
,,De gedichten uit mijn vorige bundel, Op de Hoge , zijn geschreven rond de tijd van mijn doop. Het zijn, vergeleken met mijn nieuwe bundel, nog wat meer 'deinsgedichten'. Nu, negen jaar later, lijk ik in rustiger vaarwater te zitten. Ik heb nu veel minder de neiging dan in het begin om het geloof te rationaliseren of te verdedigen. Ik doe het nog wel altijd, hoor, maar ik voel me niet zo snel meer aangevallen. Het geloof is meer geïntegreerd in mijn leven.''
Wat is er hetzelfde gebleven?
,,Negen jaar geleden had ik het gevoel dat ik te maken had met het begin van een herwaardering van het christendom in Nederland. Die is vooralsnog uitgebleven. Er wordt wel veel meer over religie nagedacht dan vroeger, maar dan vooral op sociologisch of politiek vlak, niet persoonlijk. En er wordt nog onverminderd veel onzin over het geloof geschreven. Waar ik naar op zoek ben, zijn mensen die van binnenuit praten over het geloof. Zonder kerkelijk of theologisch jargon.''
Die komt u niet veel tegen?
,,Veel mensen in mijn omgeving blijven deinzen. Ze willen er heel graag over praten, maar maken nooit de keuze. En misschien is dat genoeg, deinzen. Toch heb ik het gevoel dat ik door te kiezen aan de 'andere kant' terecht ben gekomen. Het heeft te maken met die zones waar we het net over hadden. Als je begint met geloven, is het alsof je een nieuw continent aan het ontdekken bent. Alsof je een verzonken beschaving in handen krijgt. Dat brengt ook weer nieuwe spanningen met zich mee.''
Welke dan?
,,Als christen geloof ik in de verrijzenis. Pasen is een ervaring in mijn leven geworden. Ik probeer de aanspraak die het op me doet uit te leven. Maar ondertussen leef ik wel in een wereld die er een steeds bottere, Dawkins-achtige opvatting over wonderen op nahoudt. Dit brengt moeiten met zich mee, waar ik als schrijver verslag van te doen heb. Tegelijk ervaar ik het leven als christen als iets enerverends, een continue zoektocht naar wat ik al gevonden heb. Het geloof is voor mij iets zeer kostbaars, iets wat ik niet wil verliezen. Ik wil het niet kwijt. Ik wil het beschermen. Er steeds weer frisse, nieuwe woorden voor vinden.''
Waar lukt het u in deze bundel het best om die nieuwe woorden te vinden?
,,Tjonge, moeilijke vraag...'' Otten loopt weg om koffie te halen. Bij terugkomst zegt hij: ,,In mijn bundel staan enkele 'gerichte gedichten', gedichten aan God dus. Dat zorgt bij veel mensen meteen al voor een soort pavlov-irritatie, maar dat maakt me niet veel uit. Poëzie en gebed zijn de laatste jaren veel meer een eenheid voor me geworden. Een van die gedichten, over die brief, vind ik persoonlijk wel geslaagd.''
We zoeken het gedicht op. Hierin wordt God vergeleken met een brief aan zichzelf die is ,,blijven kleven op de bodem van de brievenbus''. Het gedicht vervolgt:
Dat u u zelve schrijft
maar mij bezorger heeft gemaakt,
verklaart niet alles maar bedaart mij soms.
Het laat mij niet koud
dat u u zelf hebt toevertrouwd
aan iemand die zijn inhoud
zozeer schuwt als ik.
God die zich uit handen geeft...
nee, Zonder de ziel gaat het niet echt...
Uw vader is net overleden. Gelooft u in het voorbestaan van de ziel na de dood?
,,Ik moet denken aan de requiemmis voor schrijver Frans Kellendonk in 1990, dat was eigenlijk het begin van mijn toenadering tot het christendom. Ik ontdekte dat het tijdens een mis niet om iemands leven of geschriften gaat, maar om zijn ziel. Dat raakte mij toen. Je hoort tegenwoordig veel mensen zeggen: wij zijn onze hersenen, meer niet... Ik geloof daar niet in. Voor mij is de dood een soort geboorte, het betreden van een andere, volledigere zone...'' Hij laat een lange stilte vallen, denkt na en schudt dan zijn hoofd. ,,Nee, zonder ziel gaat het niet echt...''
Kon u over deze dingen met uw vader praten?
,,Mijn vader heeft het erg moeilijk gehad met mijn overgang tot het katholieke geloof, maar ik kon er tot het einde toe wel goed met hem over praten. Hij is vorige week begraven. Had al vijf jaar 'extra tijd' gekregen. Hij was in zijn hersens gepakt. Takelde af, werd afatisch, maar hij droeg het als een man. Je leert mensen kennen in dit soort periodes. Mijn vader was 83 toen hij overleed. Ik was er op dat moment niet bij, maar ik heb wel afscheid van hem kunnen nemen. Of mijn vader ook in de ziel geloofde? Ik denk niet dat hij net zo overtuigd was van het bestaan van zijn eigen ziel als ik... (kijkt half naar boven)... Ik hoop niet dat hij kwaad wordt, als ik dit zo zeg... Op zijn begrafenis klonk muziek uit de vijftiende eeuw, door hemzelf en zijn groep Syntagma Musicum gespeeld. Door en door kerkelijke muziek.''
Had hij dan een band met de kerk?
,,Nee, maar ik heb van huis uit toch meer meegekregen dan ik aanvankelijk dacht. Mijn ouders waren allebei professionele musici, en musici hebben vaak een religieuze gevoeligheid, ze kunnen zich laten dragen door de muziek. Daarbij komt dat mijn opvoeding, ook al was die van humanistische snit, toch doordrenkt was met christelijke elementen. De West-Europese kunst laat zich zonder christendom niet begrijpen. Daarom ervaar ik mijn bekering ook niet als een breuk, eerder als thuiskomen in mijn eigen cultuur. Ik kan nu naar de Matthäus luisteren zonder aan de overduidelijk religieuze strekking ervan voorbij te hoeven zien.''
Ervaart u steun aan de kerk in deze tijd van rouw?
,,Ja, de praktijken van de kerk helpen me erg. Ik heb het bemiddelende karakter van de rituelen nodig. Ik ben helemaal niet zo'n krachtig en zelfstandig denker als ik me soms inbeeld te zijn... Ik zou allang niet meer weten hoe ik het zonder bidden moest rooien. Ik heb steun nodig. Fysieke, sacrale steun...''
Hij zwijgt, kijkt naar de vloer en ziet er opeens ontzettend kwetsbaar uit. Er valt een stilte in het gesprek. We nemen nog een sneetje suikerbrood. Desgevraagd wil Otten wel een gedicht uit zijn nieuwe bundel voorlezen. Hij kiest 'Bahamontes' hemelvaart' uit, een pagina's lang gedicht met korte regels over een wielrenner die naar de top van een berg fietst:
Kwam de klimmer
Bahamontes
tot de haarspeld
aangeklommen...
Ottens hoofd deint mee met het ritme van het gedicht, je hoort de pedalenzwoegende Bahamontes als het ware de berg beklimmen in zijn stem. Otten geniet er zichtbaar van. In het gedicht vraagt Bahamontes zich af hij uit eigener beweging is gaan fietsen, of dat er iemand was die hem het eerste zetje gaf. Weer die vraag, net als in 'Eindeligt'. Otten: ,,Het is ontzettend raar om te bedenken dat je zoekt omdat je aan het zoeken bent gezet. Dat ik zoek omdat ik word gezocht.''
Our prayer today, Our Father, is for President-Elect Barack Obama. [Please add your prayers as well.] Our prayers include:
That You, the infinite font of wisdom, might grant him wisdom daily.
That You, the loving God of all, might grant him love for you and for others, including our enemies.
That You, the holy and righteous God of justice, might empower him to do what is right in all that he does.
That You, the Lord, might grant him the charisma of insight to lead in this turbulent world and time.
That You, the Healer, might grant him the grace of reconciling damaged relations in this country and in the world about us.
That You, the God of Life, might grant him a commitment to act for all -- the unborn and born, the young and old, the civilian and the soldier -- to preserve life and honor that each of us is fashioned in the image of God.
That You, the Father, might grant him the time and wisdom to father his two young daughters and love Michelle, his wife.
And that You, the God of all comfort, might grace him and his family as they mourn the loss of his grandmother.
Lord, hear our prayer.
Through Christ our Lord, who lives and reigns with you and the Holy Spirit, one God, forever and ever. Amen.
Onderstaand bericht is wel erg crossmedia ! Helaas is het maandthema van april (crossmedia) als weer vervangen, maar dit is wel een mooi bericht. Documentaire en Virtuele Werelden; dat lijkt een onmogelijkheid, maar van Submarine is wel e.e.a. te verwachten. Een heel interessant
bedrijft met veel crossmedia producten: Zie hun site:
Eerste geheel in Virtuele Wereld gefilmde documentaire online van start
AMSTERDAM, May 9 /PRNewswire/ -- Vanaf vrijdag 9 mei, 2008 zal producent Submarine de eerste geheel ìn Second Life gefilmde documentaire: Molotov Alva and His Search for the Creator: A Second Life Odyssey in tien afleveringen uitzenden op: http://www.molotovalva.com
Molotov Alva and His Search for the Creator: A Second Life Odyssey is een 52 minuten durende documentaire, samengesteld uit tien videodagboeken van Molotov Alva, die in januari 2007 van de aardbodem verdween om vervolgens in virtuele gedaante op te duiken in Second Life. De dagboeken vormen de basis van de documentaire die Douglas Gayeton regisseerde.
De eerste aflevering van deze documentaire werd gelanceerd op You Tube en was direct een enorm succes. De film stond direct enkele dagen nummer 1 op You Tube en trok hierdoor aandacht van verschillende grote Amerikaanse zenders.
De Nederlandse producent Submarine verkocht de N-Amerikaanse televisierechten aan omroep HBO. Voor zover bekend, is het voor het eerst dat een film gelanceerd op Youtube, is aangekocht door een grote televisiezender.
Molotov Alva and His Search for the Creator: A Second Life Odyssey is de eerste Minimovie in een reeks van acht documentaires, speciaal geproduceerd voor online video kanalen, Ipod en mobiele telefoon. De documentaire zal in augustus 2008 worden uitgezonden door de VPRO televisie en het digitale kanaal Holland Doc.
Biografie Douglas Gayeton
Douglas Gayeton schreef en regisseerde, samen met William Gibson, 'Johnny Mnemonic', de eerste interactieve film op cd-rom, in opdracht van Sony Imagesoft. In 2004 won hij de prijs voor 'Beste Geanimeerde TV Serie' tijdens het Annecy Film Festival, voor de digitaal geanimeerde serie, 'Delta State'. Gayeton regisseerde de afgelopen jaren vele interactieve producties voor onder meer AOL, MSN, Vivendi en Napster.
Submarine
Submarine (http://www.submarine.nl) is een Amsterdams productiebedrijf, gespecialiseerd in documentaires, animatieseries en games met internationale potentie. Submarine produceerde de afgelopen jaren onder meer de 26-delige animatieserie 'Kika & Bob' en documentaires als 'Viktor & Rolf: because we are worth it!' en 'De Terrorist: Hans - Joachim Klein'. Momenteel is o.a. de nieuwe documentaire van Peter Greenaway J'Acusse in productie. Submarine werd in 2000 opgericht door Bruno Felix en Femke Wolting.
Dit is een Submarine productie in coproductie met de VPRO en Vrij Nederland en wordt gedistribueerd door SubmarineChannel. Submarinechannel is tot stand gekomen met financiële steun van het Ministerie van OCW en de Gemeente Amsterdam, Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling.
Distributed by PR Newswire on behalf of Submarine Amsterdam
Molotov Alva and His Search for the Creator: A Second Life Odyssey A documentary shot entirely in the popular online world Second Life. In January 2007, a man named Molotov Alva disappeared from his California home. Recently, a series of seven video dispatches by a Traveler of the same name have appeared within a popular online world called Second Life. Filmmaker Douglas Gayeton put these video dispatches together into a documentary of seven episodes.
Vandaag is het zover. Amerika stemt. De wereld kijkt mee.
Hier een opzienbarende speech van Obama, op "Call to Renewal". Ik vond de hele speech de moeite van lezen waard. (af en toe zie je hem dit uitspreken op de filmpjes die ik op youtube vond). Over zijn werelbeeld en geloof. Over armoede en rascisme, over politiek en omgaan met andere meningen. Over armoede, eenheid, pluralisme, buitenlandse politiek en vooral over de relatie geloof en staat. En over zijn eigen geloof. FANTASTISCH. Ik volg Call to Renewal en Jim Wallis al jaren en ontmoette hem eens ivm een TV opname. Maar deze speech van Obama is erg overtuigend. Als ik mocht stemmen wist ik het wel. (zie ook de andere filmpjes). Geen afgod maken van de a.s. president, hem aan zijn woord houden, dat zal de taak van de toekomst zijn. Ziedaar geen eenvoudige missie ! 'Call to Renewal' Keynote Address
Wednesday, June 28, 2006
Washington, DC
Good morning. I appreciate the opportunity to speak here at the Call to Renewal's Building a Covenant for a New America conference. I've had the opportunity to take a look at your Covenant for a New America. It is filled with outstanding policies and prescriptions for much of what ails this country. So I'd like to congratulate you all on the thoughtful presentations you've given so far about poverty and justice in America, and for putting fire under the feet of the political leadership here in Washington.
But today I'd like to talk about the connection between religion and politics and perhaps offer some thoughts about how we can sort through some of the often bitter arguments that we've been seeing over the last several years.
I do so because, as you all know, we can affirm the importance of poverty in the Bible; and we can raise up and pass out this Covenant for a New America. We can talk to the press, and we can discuss the religious call to address poverty and environmental stewardship all we want, but it won't have an impact unless we tackle head-on the mutual suspicion that sometimes exists between religious America and secular America.
I want to give you an example that I think illustrates this fact. As some of you know, during the 2004 U.S. Senate General Election I ran against a gentleman named Alan Keyes. Mr. Keyes is well-versed in the Jerry Falwell-Pat Robertson style of rhetoric that often labels progressives as both immoral and godless.
Indeed, Mr. Keyes announced towards the end of the campaign that, "Jesus Christ would not vote for Barack Obama. Christ would not vote for Barack Obama because Barack Obama has behaved in a way that it is inconceivable for Christ to have behaved."
Jesus Christ would not vote for Barack Obama.
Now, I was urged by some of my liberal supporters not to take this statement seriously, to essentially ignore it. To them, Mr. Keyes was an extremist, and his arguments not worth entertaining. And since at the time, I was up 40 points in the polls, it probably wasn't a bad piece of strategic advice.
But what they didn't understand, however, was that I had to take Mr. Keyes seriously, for he claimed to speak for my religion, and my God. He claimed knowledge of certain truths.
Mr. Obama says he's a Christian, he was saying, and yet he supports a lifestyle that the Bible calls an abomination.
Mr. Obama says he's a Christian, but supports the destruction of innocent and sacred life.
And so what would my supporters have me say? How should I respond? Should I say that a literalist reading of the Bible was folly? Should I say that Mr. Keyes, who is a Roman Catholic, should ignore the teachings of the Pope?
Unwilling to go there, I answered with what has come to be the typically liberal response in such debates - namely, I said that we live in a pluralistic society, that I can't impose my own religious views on another, that I was running to be the U.S. Senator of Illinois and not the Minister of Illinois.
But Mr. Keyes's implicit accusation that I was not a true Christian nagged at me, and I was also aware that my answer did not adequately address the role my faith has in guiding my own values and my own beliefs.
Now, my dilemma was by no means unique. In a way, it reflected the broader debate we've been having in this country for the last thirty years over the role of religion in politics.
For some time now, there has been plenty of talk among pundits and pollsters that the political divide in this country has fallen sharply along religious lines. Indeed, the single biggest "gap" in party affiliation among white Americans today is not between men and women, or those who reside in so-called Red States and those who reside in Blue, but between those who attend church regularly and those who don't.
Conservative leaders have been all too happy to exploit this gap, consistently reminding evangelical Christians that Democrats disrespect their values and dislike their Church, while suggesting to the rest of the country that religious Americans care only about issues like abortion and gay marriage; school prayer and intelligent design.
Democrats, for the most part, have taken the bait. At best, we may try to avoid the conversation about religious values altogether, fearful of offending anyone and claiming that - regardless of our personal beliefs - constitutional principles tie our hands. At worst, there are some liberals who dismiss religion in the public square as inherently irrational or intolerant, insisting on a caricature of religious Americans that paints them as fanatical, or thinking that the very word "Christian" describes one's political opponents, not people of faith.
Hier zie je hem spreken: deze speech !
Now, such strategies of avoidance may work for progressives when our opponent is Alan Keyes. But over the long haul, I think we make a mistake when we fail to acknowledge the power of faith in people's lives -- in the lives of the American people -- and I think it's time that we join a serious debate about how to reconcile faith with our modern, pluralistic democracy.
And if we're going to do that then we first need to understand that Americans are a religious people. 90 percent of us believe in God, 70 percent affiliate themselves with an organized religion, 38 percent call themselves committed Christians, and substantially more people in America believe in angels than they do in evolution.
This religious tendency is not simply the result of successful marketing by skilled preachers or the draw of popular mega-churches. In fact, it speaks to a hunger that's deeper than that - a hunger that goes beyond any particular issue or cause.
Each day, it seems, thousands of Americans are going about their daily rounds - dropping off the kids at school, driving to the office, flying to a business meeting, shopping at the mall, trying to stay on their diets - and they're coming to the realization that something is missing. They are deciding that their work, their possessions, their diversions, their sheer busyness, is not enough.
They want a sense of purpose, a narrative arc to their lives. They're looking to relieve a chronic loneliness, a feeling supported by a recent study that shows Americans have fewer close friends and confidants than ever before. And so they need an assurance that somebody out there cares about them, is listening to them - that they are not just destined to travel down that long highway towards nothingness.
And I speak with some experience on this matter. I was not raised in a particularly religious household, as undoubtedly many in the audience were. My father, who returned to Kenya when I was just two, was born Muslim but as an adult became an atheist. My mother, whose parents were non-practicing Baptists and Methodists, was probably one of the most spiritual and kindest people I've ever known, but grew up with a healthy skepticism of organized religion herself. As a consequence, so did I.
It wasn't until after college, when I went to Chicago to work as a community organizer for a group of Christian churches, that I confronted my own spiritual dilemma.
I was working with churches, and the Christians who I worked with recognized themselves in me. They saw that I knew their Book and that I shared their values and sang their songs. But they sensed that a part of me that remained removed, detached, that I was an observer in their midst.
And in time, I came to realize that something was missing as well -- that without a vessel for my beliefs, without a commitment to a particular community of faith, at some level I would always remain apart, and alone.
And if it weren't for the particular attributes of the historically black church, I may have accepted this fate. But as the months passed in Chicago, I found myself drawn - not just to work with the church, but to be in the church.
For one thing, I believed and still believe in the power of the African-American religious tradition to spur social change, a power made real by some of the leaders here today. Because of its past, the black church understands in an intimate way the Biblical call to feed the hungry and cloth the naked and challenge powers and principalities. And in its historical struggles for freedom and the rights of man, I was able to see faith as more than just a comfort to the weary or a hedge against death, but rather as an active, palpable agent in the world. As a source of hope.
And perhaps it was out of this intimate knowledge of hardship -- the grounding of faith in struggle -- that the church offered me a second insight, one that I think is important to emphasize today.
Faith doesn't mean that you don't have doubts.
You need to come to church in the first place precisely because you are first of this world, not apart from it. You need to embrace Christ precisely because you have sins to wash away - because you are human and need an ally in this difficult journey.
It was because of these newfound understandings that I was finally able to walk down the aisle of Trinity United Church of Christ on 95th Street in the Southside of Chicago one day and affirm my Christian faith. It came about as a choice, and not an epiphany. I didn't fall out in church. The questions I had didn't magically disappear. But kneeling beneath that cross on the South Side, I felt that I heard God's spirit beckoning me. I submitted myself to His will, and dedicated myself to discovering His truth.
That's a path that has been shared by millions upon millions of Americans - evangelicals, Catholics, Protestants, Jews and Muslims alike; some since birth, others at certain turning points in their lives. It is not something they set apart from the rest of their beliefs and values. In fact, it is often what drives their beliefs and their values.
And that is why that, if we truly hope to speak to people where they're at - to communicate our hopes and values in a way that's relevant to their own - then as progressives, we cannot abandon the field of religious discourse.
Because when we ignore the debate about what it means to be a good Christian or Muslim or Jew; when we discuss religion only in the negative sense of where or how it should not be practiced, rather than in the positive sense of what it tells us about our obligations towards one another; when we shy away from religious venues and religious broadcasts because we assume that we will be unwelcome - others will fill the vacuum, those with the most insular views of faith, or those who cynically use religion to justify partisan ends.
In other words, if we don't reach out to evangelical Christians and other religious Americans and tell them what we stand for, then the Jerry Falwells and Pat Robertsons and Alan Keyeses will continue to hold sway.
More fundamentally, the discomfort of some progressives with any hint of religion has often prevented us from effectively addressing issues in moral terms. Some of the problem here is rhetorical - if we scrub language of all religious content, we forfeit the imagery and terminology through which millions of Americans understand both their personal morality and social justice.
Imagine Lincoln's Second Inaugural Address without reference to "the judgments of the Lord." Or King's I Have a Dream speech without references to "all of God's children." Their summoning of a higher truth helped inspire what had seemed impossible, and move the nation to embrace a common destiny.
Our failure as progressives to tap into the moral underpinnings of the nation is not just rhetorical, though. Our fear of getting "preachy" may also lead us to discount the role that values and culture play in some of our most urgent social problems.
After all, the problems of poverty and racism, the uninsured and the unemployed, are not simply technical problems in search of the perfect ten point plan. They are rooted in both societal indifference and individual callousness - in the imperfections of man.
Solving these problems will require changes in government policy, but it will also require changes in hearts and a change in minds. I believe in keeping guns out of our inner cities, and that our leaders must say so in the face of the gun manufacturers' lobby - but I also believe that when a gang-banger shoots indiscriminately into a crowd because he feels somebody disrespected him, we've got a moral problem. There's a hole in that young man's heart - a hole that the government alone cannot fix.
I believe in vigorous enforcement of our non-discrimination laws. But I also believe that a transformation of conscience and a genuine commitment to diversity on the part of the nation's CEOs could bring about quicker results than a battalion of lawyers. They have more lawyers than us anyway.
I think that we should put more of our tax dollars into educating poor girls and boys. I think that the work that Marian Wright Edelman has done all her life is absolutely how we should prioritize our resources in the wealthiest nation on earth. I also think that we should give them the information about contraception that can prevent unwanted pregnancies, lower abortion rates, and help assure that that every child is loved and cherished.
But, you know, my Bible tells me that if we train a child in the way he should go, when he is old he will not turn from it. So I think faith and guidance can help fortify a young woman's sense of self, a young man's sense of responsibility, and a sense of reverence that all young people should have for the act of sexual intimacy.
I am not suggesting that every progressive suddenly latch on to religious terminology - that can be dangerous. Nothing is more transparent than inauthentic expressions of faith. As Jim has mentioned, some politicians come and clap -- off rhythm -- to the choir. We don't need that.
In fact, because I do not believe that religious people have a monopoly on morality, I would rather have someone who is grounded in morality and ethics, and who is also secular, affirm their morality and ethics and values without pretending that they're something they're not. They don't need to do that. None of us need to do that.
But what I am suggesting is this - secularists are wrong when they ask believers to leave their religion at the door before entering into the public square. Frederick Douglas, Abraham Lincoln, Williams Jennings Bryant, Dorothy Day, Martin Luther King - indeed, the majority of great reformers in American history - were not only motivated by faith, but repeatedly used religious language to argue for their cause. So to say that men and women should not inject their "personal morality" into public policy debates is a practical absurdity. Our law is by definition a codification of morality, much of it grounded in the Judeo-Christian tradition.
Moreover, if we progressives shed some of these biases, we might recognize some overlapping values that both religious and secular people share when it comes to the moral and material direction of our country. We might recognize that the call to sacrifice on behalf of the next generation, the need to think in terms of "thou" and not just "I," resonates in religious congregations all across the country. And we might realize that we have the ability to reach out to the evangelical community and engage millions of religious Americans in the larger project of American renewal.
Some of this is already beginning to happen. Pastors, friends of mine like Rick Warren and T.D. Jakes are wielding their enormous influences to confront AIDS, Third World debt relief, and the genocide in Darfur. Religious thinkers and activists like our good friend Jim Wallis and Tony Campolo are lifting up the Biblical injunction to help the poor as a means of mobilizing Christians against budget cuts to social programs and growing inequality.
And by the way, we need Christians on Capitol Hill, Jews on Capitol Hill and Muslims on Capitol Hill talking about the estate tax. When you've got an estate tax debate that proposes a trillion dollars being taken out of social programs to go to a handful of folks who don't need and weren't even asking for it, you know that we need an injection of morality in our political debate.
Across the country, individual churches like my own and your own are sponsoring day care programs, building senior centers, helping ex-offenders reclaim their lives, and rebuilding our gulf coast in the aftermath of Hurricane Katrina.
So the question is, how do we build on these still-tentative partnerships between religious and secular people of good will? It's going to take more work, a lot more work than we've done so far. The tensions and the suspicions on each side of the religious divide will have to be squarely addressed. And each side will need to accept some ground rules for collaboration.
While I've already laid out some of the work that progressive leaders need to do, I want to talk a little bit about what conservative leaders need to do -- some truths they need to acknowledge.
For one, they need to understand the critical role that the separation of church and state has played in preserving not only our democracy, but the robustness of our religious practice. Folks tend to forget that during our founding, it wasn't the atheists or the civil libertarians who were the most effective champions of the First Amendment. It was the persecuted minorities, it was Baptists like John Leland who didn't want the established churches to impose their views on folks who were getting happy out in the fields and teaching the scripture to slaves. It was the forbearers of the evangelicals who were the most adamant about not mingling government with religious, because they did not want state-sponsored religion hindering their ability to practice their faith as they understood it.
Hier zie je hem weer spreken, het volgende deel:
Moreover, given the increasing diversity of America's population, the dangers of sectarianism have never been greater. Whatever we once were, we are no longer just a Christian nation; we are also a Jewish nation, a Muslim nation, a Buddhist nation, a Hindu nation, and a nation of nonbelievers.
And even if we did have only Christians in our midst, if we expelled every non-Christian from the United States of America, whose Christianity would we teach in the schools? Would we go with James Dobson's, or Al Sharpton's? Which passages of Scripture should guide our public policy? Should we go with Leviticus, which suggests slavery is ok and that eating shellfish is abomination? How about Deuteronomy, which suggests stoning your child if he strays from the faith? Or should we just stick to the Sermon on the Mount - a passage that is so radical that it's doubtful that our own Defense Department would survive its application? So before we get carried away, let's read our bibles. Folks haven't been reading their bibles.
This brings me to my second point. Democracy demands that the religiously motivated translate their concerns into universal, rather than religion-specific, values. It requires that their proposals be subject to argument, and amenable to reason. I may be opposed to abortion for religious reasons, but if I seek to pass a law banning the practice, I cannot simply point to the teachings of my church or evoke God's will. I have to explain why abortion violates some principle that is accessible to people of all faiths, including those with no faith at all.
Now this is going to be difficult for some who believe in the inerrancy of the Bible, as many evangelicals do. But in a pluralistic democracy, we have no choice. Politics depends on our ability to persuade each other of common aims based on a common reality. It involves the compromise, the art of what's possible. At some fundamental level, religion does not allow for compromise. It's the art of the impossible. If God has spoken, then followers are expected to live up to God's edicts, regardless of the consequences. To base one's life on such uncompromising commitments may be sublime, but to base our policy making on such commitments would be a dangerous thing. And if you doubt that, let me give you an example.
We all know the story of Abraham and Isaac. Abraham is ordered by God to offer up his only son, and without argument, he takes Isaac to the mountaintop, binds him to an altar, and raises his knife, prepared to act as God has commanded.
Of course, in the end God sends down an angel to intercede at the very last minute, and Abraham passes God's test of devotion.
But it's fair to say that if any of us leaving this church saw Abraham on a roof of a building raising his knife, we would, at the very least, call the police and expect the Department of Children and Family Services to take Isaac away from Abraham. We would do so because we do not hear what Abraham hears, do not see what Abraham sees, true as those experiences may be. So the best we can do is act in accordance with those things that we all see, and that we all hear, be it common laws or basic reason.
Finally, any reconciliation between faith and democratic pluralism requires some sense of proportion.
This goes for both sides.
Even those who claim the Bible's inerrancy make distinctions between Scriptural edicts, sensing that some passages - the Ten Commandments, say, or a belief in Christ's divinity - are central to Christian faith, while others are more culturally specific and may be modified to accommodate modern life.
The American people intuitively understand this, which is why the majority of Catholics practice birth control and some of those opposed to gay marriage nevertheless are opposed to a Constitutional amendment to ban it. Religious leadership need not accept such wisdom in counseling their flocks, but they should recognize this wisdom in their politics.
But a sense of proportion should also guide those who police the boundaries between church and state. Not every mention of God in public is a breach to the wall of separation - context matters. It is doubtful that children reciting the Pledge of Allegiance feel oppressed or brainwashed as a consequence of muttering the phrase "under God." I didn't. Having voluntary student prayer groups use school property to meet should not be a threat, any more than its use by the High School Republicans should threaten Democrats. And one can envision certain faith-based programs - targeting ex-offenders or substance abusers - that offer a uniquely powerful way of solving problems.
So we all have some work to do here. But I am hopeful that we can bridge the gaps that exist and overcome the prejudices each of us bring to this debate. And I have faith that millions of believing Americans want that to happen. No matter how religious they may or may not be, people are tired of seeing faith used as a tool of attack. They don't want faith used to belittle or to divide. They're tired of hearing folks deliver more screed than sermon. Because in the end, that's not how they think about faith in their own lives.
Hier in de kerk van Martin Luther King: Obama:
So let me end with just one other interaction I had during my campaign. A few days after I won the Democratic nomination in my U.S. Senate race, I received an email from a doctor at the University of Chicago Medical School that said the following:
"Congratulations on your overwhelming and inspiring primary win. I was happy to vote for you, and I will tell you that I am seriously considering voting for you in the general election. I write to express my concerns that may, in the end, prevent me from supporting you."
The doctor described himself as a Christian who understood his commitments to be "totalizing." His faith led him to a strong opposition to abortion and gay marriage, although he said that his faith also led him to question the idolatry of the free market and quick resort to militarism that seemed to characterize much of the Republican agenda.
But the reason the doctor was considering not voting for me was not simply my position on abortion. Rather, he had read an entry that my campaign had posted on my website, which suggested that I would fight "right-wing ideologues who want to take away a woman's right to choose." The doctor went on to write:
"I sense that you have a strong sense of justice...and I also sense that you are a fair minded person with a high regard for reason...Whatever your convictions, if you truly believe that those who oppose abortion are all ideologues driven by perverse desires to inflict suffering on women, then you, in my judgment, are not fair-minded....You know that we enter times that are fraught with possibilities for good and for harm, times when we are struggling to make sense of a common polity in the context of plurality, when we are unsure of what grounds we have for making any claims that involve others...I do not ask at this point that you oppose abortion, only that you speak about this issue in fair-minded words."
Fair-minded words.
So I looked at my website and found the offending words. In fairness to them, my staff had written them using standard Democratic boilerplate language to summarize my pro-choice position during the Democratic primary, at a time when some of my opponents were questioning my commitment to protect Roe v. Wade.
Re-reading the doctor's letter, though, I felt a pang of shame. It is people like him who are looking for a deeper, fuller conversation about religion in this country. They may not change their positions, but they are willing to listen and learn from those who are willing to speak in fair-minded words. Those who know of the central and awesome place that God holds in the lives of so many, and who refuse to treat faith as simply another political issue with which to score points.
So I wrote back to the doctor, and I thanked him for his advice. The next day, I circulated the email to my staff and changed the language on my website to state in clear but simple terms my pro-choice position. And that night, before I went to bed, I said a prayer of my own - a prayer that I might extend the same presumption of good faith to others that the doctor had extended to me.
And that night, before I went to bed I said a prayer of my own. It's a prayer I think I share with a lot of Americans. A hope that we can live with one another in a way that reconciles the beliefs of each with the good of all. It's a prayer worth praying, and a conversation worth having in this country in the months and years to come. Thank you.
Personal branding is een actueel onderwerp, maar ik merk dat sommige vragen niet worden gesteld. Daarom heb ik dat zelf maar gedaan, voor een artikel in Emerce, die vandaagt verschijnt. Bovendien heb ik de daad bij het woord gevoegd: in het kader van personal branding ben ik verhuisd naar een nieuw domein: JeroenMirck.nl. Werken aan mijn eigen ‘personal brand’ is ideaal om het onderwerp goed te kunnen doorgronden. Daarom hier wat tips en tricks, gebaseerd op eigen ervaringen, bekende voorbeelden en de mening van experts.
“Dit artikel staat in Emerce en op Emerce.nl, want daar werk ik. Op mijn persoonlijke weblog staat ook een versie, maar die is beduidend persoonlijker van toon. Deze kruisbestuiving staat niet alleen symbool voor het dichter naar elkaar toegroeien van werk en privé in de huidige maatschappij, maar is ook kenmerkend voor de opkomst van ‘personal branding’. Deze vorm van jezelf vermarkten is echt iets van deze tijd, zeker nu internet alle mogelijkheden biedt om een groot netwerk op te bouwen en te onderhouden. Daarbij maakt het niet meer uit of je nu zelfstandig ondernemer bent of in loondienst. Werk je voor jezelf, dan promoot je jezelf. Werk je voor een bedrijf, dan kan jouw persoonlijke merk ook de werkgever ten goede komen. Kan, want het is geen uitgemaakte zaak dat een baas de persoonlijke branding van zijn werknemers stimuleert. Mogelijk vindt hij het arrogant en niet passend, maar het kan ook dat hij wil waken dat je niet wordt weggekaapt door de concurrentie.”
Vooral de huivering van bedrijven om hun personeel als expert naar voren te schuiven, mis ik in blogpublicaties over personal branding. Vaak zijn ze geschreven door mensen dat al helemaal overtuigd zijn van het nut, maar zij vergeten dat de halve wereld er toch heel anders tegenaan kijkt. Op zich gek, want het thema staat inmiddels ruim een decennium op de kaart. Al in 1997 publiceerde Tom Peters in Fast Company het nog altijd veel geciteerde artikel The brand called You. Vooruit, ook hier even een fraai citaat:
“Regardless of age, regardless of position, regardless of the business we happen to be in, all of us need to understand the importance of branding. We are CEOs of our own companies: Me Inc. To be in business today, our most important job is to be head marketer for the brand called You. It’s that simple — and that hard. And that inescapable.”
De – late – hype rond personal branding vertaalt zich mede in de vakliteratuur die over dit onderwerp verschijnt. Zo publiceerde Hubert Rampersad, partner bij TPS Consulting, onlangs het boek ‘Personal Brand, leiderschap vanuit authenticiteit’. Rampersad schrijft: “Zeker in dit post-Enron tijdperk, waarin organisaties het symbool voor hebzucht, fraude en corruptie zijn geworden, is personal branding belangrijker geworden dan organizational branding.”
Zelf sprak ik met personal-brandingspecialist Tom Scholte, die momenteel samen met Huub van Zwieten (TalentFirst) en Marketingfacts-blogger Bas van de Haterd werkt aan het boek ‘Personal Brand.nl. De kansen van je online identiteit’.
“Niet alleen hebben we te maken met een jongere generatie die gewoon sterker is in zichzelf profileren, maar bovendien stimuleert de hele Web 2.0-ontwikkeling het zelf leveren van bijdragen. Tegenwoordig kun je als junior medewerker veel makkelijker je visie op het hele bedrijf geven dan vroeger.”
Scholte ervaart dat bedrijven vaker bepaalde medewerkers stimuleren om hun personal brands te ontwikkelen. “Vaak wordt het vanuit HR opgezet, maar soms is zelfs het management doordrongen van het belang. Ik ken bedrijven met een Social Friday: dan worden medewerkers geacht hun profielen op netwerksites bij te werken met projecten die ze voor hun werk doen.” Toch maakt hij nog wel eens mee dat een medewerker graag een cursus Personal Branding wil doen, maar dat zijn werkgever hem terugfluit. “Vooral bij de grotere en beursgenoteerde bedrijven ligt dat nog wel eens gevoelig. Bloggen over je werk wordt daar niet altijd gewaardeerd.”
Een internationale expert op dit gebied is Chris Brogan, die op zijn weblog veel praktische tips geeft om succesvol aan personal branding te doen. Zijn vuistregel: benadruk je sterke punten, werk om je zwaktes heen. “Why work hard to be what you’re not?” Deze maand publiceerde hij een gratis eBook over personal branding. Download het en leer ervan.
Zelf werk ik al sinds juni aan het ‘rebranden van mezelf’. Een eerste posting hierover leverde al meteen veel feedback op. Vervolgens mengde ik me in een discussie op Frankwatching over personal branding. Dit is hoe ik er tegenaan kijk:
“Personal branding kun je niet aan personeel opleggen. Ze moeten het ook willen. Ik ken zeer deskundige mensen die NOOIT voor een zaal gaan staan, NIKS willen delen op een blog en liever onder hun bureau kruipen dan optreden als wat voor spokesman van hun bedrijf dan ook. De mensen die dat wel leuk vinden, moet je herkennen en stimuleren - mits hun profiel past bij datgene wat je als bedrijf wilt uitstralen. Want ook dat is niet onbelangrijk.
De kritiek dat personal branding al snel doorslaat in egocentrisme vind ik wat bekrompen. Het ademt de spruitjeslucht van ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Natuurlijk zijn er uitwassen (sommige popsterren, sommige zelfverklaarde goeroes), maar in beginsel is er niks verkeerds mee om jezelf te vermarkten. Dat hoeft ook helemaal niet agressief of pushy te gebeuren.
Zelf was ik bijna vier jaar lang een personal brand van vakblad Adformatie, vooral sinds de oprichting van Adfoblog. Dat groeit zo, dat is geen bewuste strategie. Hoewel ik inmiddels al enkele maanden voor Emerce werk, zie ik nog steeds bij sommige mensen ‘merkverwarring’. Dat is een terecht punt dat Scott Willoughby maakt. Merken kunnen hun personal brands kwijtraken, en daarmee een deel van hun zichtbaarheid.”
Voor Emerce vroeg ik zes mensen die zakelijk actief zijn op internet naar de manier waarop zij aan hun personal brand werken. In de papieren uitgave komen ze uitvoerig aan het woord, online iets korter. Hier zal ik een paar quotes eruit lichten om te laten zien welke uitersten er zijn bij het nadenken over personal branding.
Veel Nederlanders vinden al die zelfprofilering toch nog steeds wat al te overdreven. Ook enkele van mijn respondenten deelde die mening. “Ik vind personal branding eigenlijk geneuzel, maar denk dat ik er best goed in ben,” zegt drankenspecialist Petra de Boevere, beter bekend als blogster Meisje van de Slijterij. “Het werkt denk ik alleen bij open, transparante mensen. Als het ‘bedacht’ is kan het ook best wel werken, maar niet blijvend.”
Ook Frank Meeuwsen, brand director bij interactief bureau Rhinofly, relativeert: “Ik heb geen strategie. Doordat ik veel online doe en veel nieuwe (social) applicaties probeer, is veel van me te vinden. De keuze is heel duidelijk geweest dat ik me meer naar de buitenwereld zou profileren. Aangezien dat toch al gebeurde (ook via non-Rhinofly-zaken zoals de Dutch Bloggies) was het een no-brainer.”
Interessant vind ik zelf de totaal andere aanpak van Erwin van Lun, spreker en marketingconsultant. Zijn bijna wetenschappelijk onderbouwde werkwijze leidde op Twitter zelfs toch sceptische reacties. Lees wat Van Lun erover zegt in Emerce en oordeel zelf:
“Personal branding is volledig geïntegreerd in alles wat ik doe. Hiervoor heb ik de inhoud, mijn eigen karakter en voorkomen, zorgvuldig geformuleerd in een strategisch document, een baken voor mezelf en een uitgangspunt voor bijvoorbeeld designers. Al mijn activiteiten sluiten daar nu op aan. Ik heb een kledingstijl gekozen waar ik me lekker bij voel, die onderscheidend is en visueel precies bij me past. Ik draag een zwarte broek en een fel gekleurd overhemd. Het kleurenpalet dat ik hanteer, komt direct uit een sessie van een kleurenadviseuse. Kleurkeuze sluit aan bij het type activiteit. Zo geef ik toekomstlezingen in het ‘guru paars’, draag ik bij het uitdragen van trends ‘rode draad rood’ en als auteur ‘betrouwbaar blauw’. Ik realiseer me dat menselijke hersenen, dus ook die van mijn potentiële publiek, mijn verschijning net zo behandelen als een merk. Personal branding is voor mij merkstrategie.”
Andere ‘personal brands’ die ik aan het woord liet, waren zelfstandig mediaconsultant Jaap Stronks (”Ik verkoop mijzelf, mijn bedrijf is de optelsom van mijn persoonlijke eigenschappen en talenten”), Sara Lee’s e-marketingmanager Mark de Kock (”Pas op met emotionele reacties op blogs”) en zelfstandig journalist, fotograaf en filmer Henk-Jan Winkeldermaat (“Ik moet bij personal branding de schaamte voorbij”). Allen zijn ze echt bezig met hun personal branding, maar op duidelijk verschillende manieren.
Bij personal branding draait het er in de eerste plaats om dat je er zelf echt in gelooft, en zo nodig ook je baas. Die moet een werknemer er immers de ruimte voor bieden. Als ondernemer moet je jezelf die ruimte geven. Afgezien van het evidente trefwoord ‘authenticiteit’ is het ook belangrijk geloofwaardig, relevant en onderscheidend te zijn.
Tot zover er ervaringen van experts en ervaringsdeskundigen. Wat zijn jouw ervaringen met personal branding, hoe pak jij het aan?
Te zien in het ikonenmuseum in Kampen: het ikoon van de maand:
Johannes de Theoloog in stilzwijgen
Voordat de apostel Johannes discipel van Jezus werd, was hij volgeling van Johannes de Voorloper. Hij is te herkennen aan zijn hoge voorhoofd, een teken van grote wijsheid, en zijn oude uiterlijk. Hij stierf op hoge leeftijd in ballingschap op het eiland Patmos.
Op deze ikoon houdt Johannes in gepeins zijn rechterhand voor zijn mond. Voor hem op schoot ligt een geopend evangelieboek. Op zijn schouder zit een engel die de boodschap van God aan Johannes doorgeeft. Deze engel heeft de achtpuntige nimbus van God rond zijn hoofd, hij is immers de goddelijke inspiratie. Naast de engel staan de Slavische lettertekens voor de Heilige Geest. Links achter Johannes het symbool van de evangelist: de gevleugelde leeuw. In de westerse iconografie is de evangelist Johannes verbonden aan de adelaar. In het oosten echter wordt meestal de leeuw als symbool voor Johannes gebruikt en dientengevolge is de adelaar dan het symbool voor de evangelist Marcus. Hierbij wordt de uitleg van Ireneus gevolgd, die uit Klein-Azië afkomstig was en in 177/178 bisschop van Lyon werd. De feestdag van Johannes de Theoloog wordt op 8 mei en 28 september gevierd.
Ik hou enorm van bergen. Wandelen, klimmen, huttentochten. Met mijn gezin en vrienden. Hier wat prive foto's. Een eerbetoon aan onvergetelijke tijden, natuur, schoonheid, vriendschap en veel meer. Zie ook: bergen op mijn blog